De vorm van de heupen van CCD patiënten kan afwijken van de gebruikelijke anatomie. Dit leidt gelukkig lang niet bij iedereen tot klachten. Toch komen heupklachten wel vaker voor bij mensen met CCD.
Veel voorkomende heupafwijkingen
Heupdysplasie: De heupkom is niet diep genoeg. Hierdoor blijft de heupkop niet goed op zijn plaats en kan hij in sommige gevallen (gedeeltelijk) in en uit de kom glijden.
Coxa vara: De hoek tussen het dijbeen en de heupkop is kleiner dan 120 graden. Deze wat ‘ingezakte stand’ van de heupkop wordt Coxa vara genoemd en ontstaat vaak rond de leeftijd van 2-6 jaar.
Bron afbeelding: Wikimedia
De klachten die hierdoor kunnen ontstaan zijn bijvoorbeeld pijn of een afwijkend looppatroon (mank lopen) . Mocht dit optreden, dan is een bezoek aan een orthopeed verstandig. Bij voorkeur een orthopeed met ervaring in CCD, bijvoorbeeld bij het expertisecentrum van het UMC Utrecht of in het Radboudumc.
Behandeling
Vanuit de patiëntengroep is het moeilijk om advies te geven over de behandeling van heupafwijkingen bij CCD. De orthopeed kan aanraden om de afwijking met een operatie te corrigeren. Dit kan helpen om de stand te verbeteren en de kans op slijtage op latere leeftijd te verminderen. Echter, uit de ervaringen binnen onze kleine patiëntengroep is gebleken dat deze operaties niet altijd het gewenste effect hebben.
Er is helaas erg weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de resultaten van osteotomie operaties bij patiënten met CCD (operaties waarbij in het bot gezaagd wordt). Binnen onze patiëntengroep is na dergelijke operaties onder andere ervaring met het erg langzaam weer aan elkaar groeien van bot, met het alsnog weer vervormen van het bot en het loslaten van chirurgisch materiaal. Door de zeldzaamheid is het lastig vast te stellen hoe groot deze risico’s zijn, maar het is verstandig ze wel te bespreken met de arts en mee te nemen in de afwegingen.
Met het plaatsen van een heupprothese zijn, binnen onze kleine patiëntengroep, verschillende positieve ervaringen. Wel plaatsen artsen een heupprothese liever niet op een te jonge leeftijd omdat deze een beperkte levensduur heeft en niet erg vaak vervangen kan worden.
Mocht je specifieke vragen hebben over CCD en heupklachten, neem gerust contact op. Dan kunnen we je in contact brengen met een CCD’er die hier ervaring mee heeft.